“Was de stoerheid van de man, die mijn leven een onvoorstelbare draai had gegeven, gespeeld of echt? Allebei, denk ik, maar ik kan niets bewijzen, alleen uit mijn eigen ervaring spreken, en die duurde niet zo lang. Zij die meer weten, zwijgen. Dat dwong hij af. De zoektocht naar hem, jaren later, leverde geen extra bewijs op. Voor mij althans. Wel een afspraak met mijn dochter, waar ik niet bij aanwezig mocht zijn.” (p. 5).

“Een lange kus begon en terwijl we elkaar inademden, vonden de cello en onze brillen een veilig heenkomen op de grond. De meesterkus ging over in het verslinden van lippen, oren en blote huid. “(p.58).

Terug naar het boek



 aaa